Schrijfvaardigheid deel 2

Schrijfvaardigheid en ERK

De eindterm schrijfvaardigheid havo/vwo (eindterm D) luidt:

De kandidaat kan:

  • adequaat reageren in schriftelijke contacten met doeltaalgebruikers;
  • informatie vragen en verstrekken;
  • verworven informatie adequaat presenteren met het oog op doel en publiek, en daarbij zaken of personen beschrijven en uitdrukking geven aan gevoelens en standpunten verwoorden;
  • een verslag schrijven.

Deze formulering is heel globaal en zegt niets over de kwaliteit van het taalgebruik van de leerling, en ook niets over wat van respectievelijk een havo- of een vwo-leerling verwacht mag worden.

De beschrijvingen van de ERK-niveaus dekken de eindterm en bieden bovendien een veel concreter houvast. Daarbij gelden voor Frans: 

  • voor vwo de descriptoren van het ERK-niveau B1
  • voor havo de descriptoren van het ERK-niveau A2+, hetgeen betekent dat er raakvlakken zijn met de tekstkenmerken van het hogere niveau.

 

Hieronder kunt u de beschrijvingen downloaden van de activiteiten die horen bij relevante ERK-niveaus:

Schrijven A2

Schrijven B1

Meer informatie over het ERK kunt u vinden op de website www.erk.nl .

Een toets construeren met een toetsmatrijs

Om te visualiseren welke leerdoelen (hier dus de ERK-descriptoren A2 voor havo en B1 voor vwo) getoetst worden kunt u een toetsmatrijs gebruiken.

Een toetsmatrijs is een tabel waarin de verdeling van de opgaven over de leerdoelen wordt aangegeven. Uiteraard is het niet haalbaar om alle descriptoren van het betreffende ERK-niveau in het SE aan de orde te laten komen. Met een toetsmatrijs kunt u een evenwichtige keuze maken en daarbij bepalen welke descriptoren eventueel op andere momenten aan de orde kunnen komen (bijvoorbeeld in de vorm van projecten, proefwerken, handelingsdelen). Hiermee zorgt u ervoor dat zoveel mogelijk descriptoren minstens een keer in de laatste fase van het leertraject getoetst worden.

Als u met de sectie heeft bepaald welk ERK-niveau u gaat toetsen, kunt u de volgende acties ondernemen:

  1. Bespreek in de sectie welke descriptoren in het SE aan de orde moeten komen.
  2. Bespreek ook binnen welke contexten de schrijfactiviteiten moeten plaatsvinden. Gaat het om situaties die horen bij het dagelijks leven, het publieke domein (oftewel, alles wat te maken heeft met gewone sociale interactie, zoals zakelijke instellingen, media, entertainment, etc.), school en opleiding of werkgerelateerde situaties?
  3. Bedenk hoeveel en welke opgaven passen bij de gekozen descriptoren en domeinen.
  4. Ontwikkel daarna de toetsopgaven. 

De voordelen van deze aanpak:

  • Door het gebruik van een toetsmatrijs kunt u zorgen voor meer variatie in de toetsen en een betere verspreiding over de leerdoelen.
  • Het wordt makkelijker om gelijkwaardige toetsen te ontwikkelen voor een herkansing.
  • Met de toetsmatrijs kunt u de inhoud van de toetsen tegenover bijvoorbeeld de inspectie verantwoorden. 

Hier kunt u een lege toetsmatrijs downloaden met de descriptoren van de ERK niveaus. U kunt de descriptoren ook aanvullen en/of aanpassen, afhankelijk van het niveau dat u wilt toetsen. 

Voorbeelden van toetsen

De pilotgroep heeft een aantal toetsen ontwikkeld dat hopelijk als voorbeeld en inspiratie kan dienen voor andere collega's. U kunt de toetsen hier downloaden:

Persoonlijke brief Corné van Kuijk (B1
Schrijfopdracht Caroline Christiaan Kuilman (A2)
Schrijfopdracht DELF scolaire A2 met grille
Schrijfopdracht DELF scolaire B1 met grille                           

Beoordelen

Het correctievoorschrift is net zo belangrijk als de toets zelf. Een beoordelingsmodel ontwikkelt u bij voorkeur samen met de toets. Uit onderzoek blijkt dat het optellen van de fouten minder betrouwbaar is dan het globaal beoordelen aan de hand van geselecteerde categorieën. Dat laatste kunt u aan de hand van een zogenaamde rubric doen: een tabel waar voor elke categorie een omschrijving van de schaalpunten staat.

Punten die van belang zijn bij het zelf ontwikkelen van een beoordelingsmodel:

 

  • Ontwikkel het beoordelingsmodel niet alleen. maar in overleg met de collega's.
  • Selecteer de criteria die meegenomen moeten worden bij de beoordeling. Beperk u tot vijf of zes.
  • Omschrijf wanneer 0, 1, 2… punten worden toegekend.
  • Beslis de weging van de verschillende criteria. Als u volgens het ERK beoordeelt, wegen de vormaspecten op B1-niveau zwaarder dan op A2-niveau.
  • Gebruik het beoordelingsmodel enkele keren buiten een werkelijke toetssituatie. Evalueer het en stel het waar nodig bij.
  • Voer indien mogelijk een try-out met de leerlingen uit, zodat zij ook precies weten waarop ze worden beoordeeld.
  • Bepaal de cesuur van tevoren.

U kunt meer over beoordelen lezen in de volgende publicaties:

 

 

Als u op zoek bent naar een bestaand beoordelingsmodel, kunt u de volgende twee voorbeelden raadplegen ter inspiratie:

 

  • Correctievoorschrift bij TaalstERK-toetsen schrijfvaardigheid Frans B1 (op te vragen bij het Cito.
  • Correctiemodellen van DELF scolaire zijn te downloaden van de website van het CIEP.

 

De deelnemers aan de pilotgroep hebben een aantal aanbevelingen opgesteld ten aanzien van het beoordelen van schrijfvaardigheid.

Deze kunt u hier bekijken

Checklist Frans

Om te weten of u bij de inrichting van uw schoolexamenprogramma met alles rekening heeft gehouden, ontwikkelde SLO een checklist die u stapsgewijs langs alle punten leidt waarmee u bij de inrichting van het schoolexamen-programma rekening moet houden.

klik hier